Concreet gaat het om 1.878 startplaatsen voor geneeskunde en 277 voor tandheelkunde. Dat betekent een stijging met minstens 9% voor artsen en 10% voor tandartsen tegenover het vorige academiejaar. In totaal zullen 2.155 studenten kunnen starten. Met die beslissing wil Vlaanderen de groeiende tekorten in de zorgsector structureel aanpakken.

Patiëntenstops en wachttijden

Aanleiding is de toenemende druk op de eerstelijnszorg. In verschillende regio’s kampen patiënten met patiëntenstops en lange wachttijden. De vergrijzing speelt daarbij een dubbele rol: steeds meer artsen bereiken de pensioenleeftijd, terwijl tegelijk de zorgvraag stijgt door een ouder wordende bevolking. “Wie maanden moet wachten op een tandarts of geen huisarts meer vindt, verwacht dat de overheid ingrijpt. Daarom neemt Vlaanderen de regie en laten we meer studenten starten”, stelt Demir.

Via gerichte subquota wordt gestuurd richting huisartsgeneeskunde, geriatrie en kinderpsychiatrie. “Het is niet de bedoeling om het aantal klassieke specialisten verder uit te breiden waar geen tekorten zijn. De focus ligt op de beroepen waar patiënten vandaag het grootste tekort ervaren”, zegt Demir.

Bijkomende opleidingen

De verhoging van de instroom gaat gepaard met bijkomende investeringen in het hoger onderwijs. De Vrije Universiteit Brussel start met een opleiding tandheelkunde en aan de Universiteit Hasselt komt een nieuwe masteropleiding geneeskunde. Vlaanderen voorziet daarvoor extra middelen vanaf 2027.

Met deze maatregel wil Vlaanderen ook de afhankelijkheid van buitenlandse instroom verminderen. Het aantal artsen met een niet-Belgisch diploma is de voorbije jaren immers sterk gestegen. “Eerst gaan we onze huisartsen hier opleiden, volgens onze hoge Vlaamse kwaliteitsnormen. We moeten het talent van hier de kans geven om te groeien”, besluit Demir.