Hoewel de maatregelen pas op 1 september 2026 van kracht worden, start de uitrol nu al. Scholen krijgen vanaf deze maand begeleiding, vorming en ondersteuning om zich tijdig voor te bereiden. Het decreet wordt tegen de zomer in het Vlaams Parlement besproken.
Structureel ingrijpen is noodzakelijk
De kennis van het Nederlands bij leerlingen gaat al meer dan 20 jaar achteruit, bij zowel Nederlandstalige als anderstalige kinderen. Die trend maakt leren moeilijker, vergroot de ongelijkheid en legt een steeds zwaardere druk op leerkrachten en schoolteams. Wie het Nederlands onvoldoende beheerst, mist kansen — op school én daarbuiten.
Daarom investeert Vlaanderen deze legislatuur meer dan 300 miljoen euro in taalversterking, met een duidelijke focus op het kleuter- en lager onderwijs en op de overgang naar het secundair onderwijs. “Zonder een stevige basis Nederlands kan een kind niet volgen in de klas, zijn talenten niet ontwikkelen en niet volwaardig deelnemen aan onze samenleving”, stelt Demir. “Blijven toekijken is geen optie meer.”
Vertaalslag van conceptnota
Het Taalheldendecreet vertaalt de conceptnota Ieder kind taalheld, die in de zomer van 2025 werd voorgesteld, naar concrete maatregelen op school. Vanaf 1 september 2026 kunnen scholen extra personeel met taalexpertise inzetten. Vanaf 1 januari 2027 volgt een fors uitgebreid professionaliseringsbudget. Tegelijk wordt ingezet op gerichte remediëring, versterking van het onthaalonderwijs en extra ondersteuning bij de overstap naar het secundair.
Intussen start al een intensief voorbereidingstraject. Alle basisscholen ontvangen in de week van 9 februari een uitnodiging voor een vormingstraject tot taalexpert. In samenwerking met onder meer pedagogische begeleidingsdiensten, Leerpunt, de Taalunie en het Vlaams Talenplatform komt er een duurzaam professionaliseringstraject rond effectieve taaldidactiek Nederlands. Ook praktisch lesmateriaal, taalrijke leerlijnen en concrete handvatten voor schoolteams zijn in ontwikkeling.
Concrete hulp voor leerlingen
Vanaf de instap in de kleuterklas kunnen scholen taalachterstand vroeger opsporen via een geactualiseerde screening.
Vanaf 1 september 2026 krijgen scholen ruime middelen om verschillende profielen in te zetten voor taalversterking en remediëring, zoals voormalige leraren, logopedisten en externe taalexperten. Die ondersteuning gebeurt tijdens de schooltijd, van de kleuterklas tot en met het eerste leerjaar.
Ook in het tweede tot en met het zesde leerjaar wordt taalremediëring structureel ingebed. Lagere scholen krijgen extra middelen om elk kind dat vastloopt gericht te begeleiden, van woordenschat en grammatica tot extra leestijd. De school beslist autonoom hoe en wanneer die ondersteuning wordt georganiseerd.
Voor anderstalige nieuwkomers komen er taalheldklassen: tijdelijke, intensieve trajecten met als doel zo snel mogelijk aansluiting te vinden bij de reguliere klas. Ook leerlingen die al langer in Vlaanderen naar school gaan maar nood hebben aan een tijdelijk taalbad Nederlands, kunnen instappen.
Bij de overstap naar het secundair onderwijs kan de klassenraad beslissen dat leerlingen verplicht drie extra uren Nederlands volgen, met bijkomende omkaderingsmiddelen voor secundaire scholen.
Investeren in leerkrachten
Naast extra personeel investeert Vlaanderen zwaar in professionalisering. Vanaf de lente van 2026 krijgen leerkrachten, leerlingbegeleiders, pedagogische begeleidingsdiensten en lerarenopleidingen bijkomende ondersteuning om beter om te gaan met taalachterstand en om effectieve taaldidactiek toe te passen in alle vakken.
Door de inkanteling van bestaande middelen verdubbelt of verdrievoudigt het professionaliseringsbudget in het basis- en secundaire onderwijs.
“We vragen vandaag enorm veel van onze leerkrachten”, besluit Demir. “Dan is het onze plicht om hen ook de middelen, de begeleiding en de ruimte te geven om hun job goed te doen. Met Taalhelden kiezen we voor kwaliteit, duidelijkheid en ambitie. Voor elk kind.”