Volgens Demir start goed onderwijs bij een degelijke lerarenopleiding. “Sterk onderwijs begint bij sterke leerkrachten. En sterke leerkrachten komen er dankzij een sterke opleiding”, zegt ze. De minister noemt de hervorming dan ook fundamenteel om de onderwijskwaliteit opnieuw te versterken.

Bindende toetsen en scherpere eisen

Voor de lerarenopleidingen kleuter-, lager- en secundair onderwijs aan de Vlaamse hogescholen komen er daarom duidelijke nieuwe regels. De huidige starttoets verdwijnt en maakt plaats voor een bindende taaltoets Nederlands voor alle studenten in de lerarenopleiding.

Wie leraar lager onderwijs wil worden, zal daarnaast ook getest worden op basiskennis wiskunde en Frans. Studenten die aan het einde van hun eerste jaar niet slagen voor die toetsen, mogen niet aan hun stage beginnen.

“Leerkrachten dragen een grote verantwoordelijkheid”, zegt Demir. “Zij leren kinderen lezen, schrijven en rekenen. Dan moet je er zeker van zijn dat wie voor de klas staat die basis zelf goed beheerst.”

Meer voeling met de klas

Niet alleen studenten, ook docenten in de lerarenopleiding zullen aan strengere verwachtingen moeten voldoen. Zij moeten praktijkervaring hebben in het kleuter-, lager- of secundair onderwijs, of die ervaring opdoen via werkstages.

“Het is vanzelfsprekend dat studenten verpleegkunde spuitjes leren zetten van ervaren verpleegkundigen. Maar toekomstige leerkrachten leren vandaag soms lesgeven van mensen die zelf nooit voor een klas hebben gestaan. Dat klopt niet. Wie leerkrachten opleidt, moet de klaspraktijk kennen.”

De hervorming moet tegelijk de band tussen hogescholen en scholen versterken. Door structureel samen te werken met basis- en secundaire scholen zouden lerarenopleidingen nauwer aansluiten bij de realiteit op de werkvloer. 

“Je leert het vak van leerkracht niet alleen op de hogeschool. Je leert het in een klas, tussen leerlingen. Daarom versterken we de samenwerking tussen lerarenopleidingen en scholen”, verduidelijkt de minister.

Praktijkschok voor starters

Een belangrijk argument voor de hervorming is de hoge uitstroom bij beginnende leerkrachten. Veel starters verlaten het onderwijs al in hun eerste jaren. Volgens Demir komt dat vaak doordat de overgang van opleiding naar klas te bruusk verloopt.

“Veel starters botsen vandaag op een stevige praktijkschok. Ze komen uit de opleiding en staan plots alleen voor een klas”, zegt Demir. “Door de lerarenopleiding dichter bij de klaspraktijk te brengen, bereiden we toekomstige leerkrachten beter voor. Zo starten ze sterker en vergroten we de kans dat ze ook in het onderwijs blijven.”

Meer nadruk op kennis en didactiek

De lerarenopleidingen worden ook inhoudelijk afgestemd op het nieuwe kennisrijke curriculum dat de komende jaren in het basisonderwijs wordt uitgerold. Toekomstige leerkrachten moeten immers mee zijn met de nieuwe minimumdoelen. Daarom wordt ook de opbouw van de lerarenopleidingen onder de loep genomen. Hoe dat zal gebeuren, wordt met de lerarenopleidingen doorgesproken. 

Maar voor Demir blijft het einddoel duidelijk: “De lerarenopleiding moet meer inzetten op vakinhoud, vakdidactiek en pedagogische vaardigheden. Het belangrijkste is dat elke nieuwe leerkracht in Vlaanderen een sterke gemeenschappelijke basis van die drie pijlers meekrijgt. We hebben van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) al een eerste mooie aanzet gekregen. Die zullen we samen met de lerarenopleidingen en het werkveld verder bekijken.”

Invoering vanaf 2027

De aangepaste lerarenopleidingen starten vanaf het academiejaar 2027-2028. Zo komen nieuwe leerkrachten beter voorbereid voor de klas tegen de verplichte invoering van de nieuwe minimumdoelen in het basisonderwijs. 

“Onze kinderen krijgen maar één kans op goed onderwijs. Daarom moeten we ervoor zorgen dat elke leerkracht sterk en goed voorbereid voor de klas staat”, besluit Demir.