België en het instituut van de gemiste kansen

Door Zuhal Demir op 14 april 2019


Het land is een nieuw mensenrechteninstelling rijker. Alleen de N-VA stemde tegen. “Omdat nationalisten tegen mensenrechten zijn”, is de ondertoon bij CD&V die dit dossier nog op de valreep langs het parlement loodste. Want CD&V is zwaar voorstander van mensenrechten. Tenminste, voor de schone schijn die daarmee gepaard gaat. Als verantwoordelijk staatssecretaris werkte ik mee aan een oplossing voor dit dossier. De N-VA is namelijk niet tegen mensenrechten. Wel tegen de wildgroei aan koterijen die de instellingen geworden zijn. Mijn visie in 5 vragen.

Waarom komt de vraag voor dergelijke instelling vandaan?

Van onszelf. In de twintigste eeuw verplichtten de westerse democratieën de rest van de wereld de oprichting van dergelijke instelling. Daar was een goede verklaring voor: in grote delen van de wereld is het – tot op vandaag – niet zo goed gesteld op dat vlak. Vreemd genoeg richtten veel Europese landen , waaronder België, deze instellingen zelf niet op. Ook daar is een verklaring voor: omdat het qua mensenrechten in ons land wel goed loopt. We hebben goedwerkende parlementen, meer ombudsmannen dan waar ook ter wereld, we hebben door de overheid gefinancierde middenveldorganisaties, we hebben onafhankelijke rechters, we hebben een Raad van State die wetgeving op voorhand adviseert, we hebben topuniversiteiten die alles academisch boven het vergrootglas houden, we hebben een Grondwettelijk Hof, we hebben een Europees Hof van Justitie en we hebben een Europees Hof voor de Mensenrechten.

Moeten we het dan wel doen?

“Practice what you preach”, lijkt me in deze geen slecht advies. Er is ruimte voor dergelijke instelling. En het is niet alsof we in België niets hebben gedaan. Alleen was dat niet altijd met evenveel succes. Zo hebben we Unia, het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, en het federaal migratiecentrum Myria. Over de invulling van sommige van die instellingen kan je discussiëren. Sommige hanteren meer een politieke agenda dan een mensenrechten agenda, naar mijn mening. Maar zeggen dat we niets doen is fout. We kunnen alleen beter dan we nu doen. Daarom heb ik, toen ik als Staatssecretaris bevoegd was voor Gelijke Kansen, ook bij de bespreking van mijn Beleidsverklaring duidelijk en voldoende luid gezegd hoe belangrijk ik dit wel vind, en ik neem daar geen woord van terug.

Welke keuze heeft de restregering gemaakt?

Er is nog maar eens een afzonderlijke instelling in het leven geroepen. Zo lossen traditionele partijen immers problemen op: door nieuwe structuren op te richten, en nieuwe posten te verdelen. Ik som het nog eens op: 21 effectieve en evenveel plaatsvervangende bestuursleden bij Unia. Myria telt 10 leden en 10 plaatsvervangers (die vandaag wel identiek zijn aan de federale vertegenwoordigers bij Unia). Het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen telt 14 stemgerechtigde leden en natuurlijk zijn er ook 14 plaatsvervangers. Dat aantal wordt nog aangevuld met 2 keer 3 leden met raadgevende stem. Zo komen we vandaag al aan een totaal van 96 bestuurders. Alsof dat niet volstond wordt er dus nu via de nieuwe Mensenrechteninstelling beslist om dat aantal bestuurders nog eens uit te breiden met 22. Eindtotaal: 118 bestuurders. Bestuurders! We hebben het nog niet over de aantallen mensen die in de vier organisaties werken.

Bewijst dit hoe ernstig we mensenrechten wel nemen?

Het bewijst vooral hoe ernstig we raden van bestuur nemen. In Nederland –niet bepaald een hellhole voor mensenrechten- is er één instelling. Het Nederlands ‘College voor de Rechten van de Mens’ telt 9 leden en 1 Raad van Advies met een elftal academici. Samen: 20 mensen. U leest het goed, waarvoor men in Nederland 20 experten voldoende acht, daar hebben we er in België 118 voor nodig. Op directieniveau vind je dezelfde verhoudingen. In Nederland is er 1, in België 6. Je zou bijna wensen dat het over voetbal gaat.

Wat was het voorstel van de N-VA?

Omdat de N-VA niet wil investeren in structuren, maar in oplossingen, ging mijn voorstel uit van een bundeling met het al bestaande federale Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen. Geen nieuwe structuur, geen nieuwe directie … maar een uitbreiding van de bevoegdheden. Een zinvolle uitbreiding ook op vlak van mensenrechten. Deze bundeling zou het ons de mogelijkheid geven om religieuze rechten af te wegen tegen mensenrechten. Iets wat de focus legt op de positie van vrouw in verschillende religies. Want laat net daar nog het grote probleem zitten waar we ons qua mensenrechten zorgen over moeten maken. Het is bijna schuldig verzuim om het niet te doen.

Conclusie: N-VA is tegen mensenrechten?

Het tegendeel is waar.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is