» Definitie geven aan Vlaming zijn redelijk zinloos, toch ben ik Vlaming

Definitie geven aan Vlaming zijn redelijk zinloos, toch ben ik Vlaming

klok 23 augustus 2011

De mens is een gemeenschapsdier, hij heeft altijd anderen nodig om te kunnen overleven. Al vanaf zijn geboorte wordt een individu opgenomen in een sociale gemeenschap, met name die van zijn ouders, die hem een van de meest bepalende factoren voor zijn identiteit meegeven: zijn naam. Mijn eigen naam, Zuhal Demir draagt informatie over mijn socioculturele achtergrond in zich, informatie die ik niet kan – en ook niet wil – verhullen.

Naarmate het individu opgroeit, breiden de sociale factoren die zijn identiteit bepalen verder uit, simpelweg omdat zijn leefwereld uitbreidt: de crèche, de buurt, de kleuterklas, de school, de jeugdbeweging, de sportclub... Aan elk van deze sociale gemeenschappen ontleent het individu een stuk identiteit, zij bepalen elk voor een deel hoe het individu zichzelf ziet, en hoe hij zich in de wereld plaatst. En hoe ouder het individu wordt, hoe groter de gemeenschappen worden waarvan hij lid is: de stad, de school, de universiteit... Te groot om alle leden van die gemeenschappen persoonlijk te kennen. Het houden op face-to-face gemeenschappen te zijn (gemeenschappen waar alle leden elkaar persoonlijk kennen) en worden verbeelde gemeenschappen: gemeenschappen waarvan de leden elkaar nooit zullen ontmoeten, laat staan dat ze elkaar persoonlijk kennen, maar waarvan de leden elkaar wel (h)erkennen als lid van die gemeenschap.

Sommige van dergelijke verbeelde gemeenschappen zijn zeer efemeer. Het lidmaatschap ervan, en de identiteit die men er aan ontleent, zijn vluchtig en verdwijnen zodra die verbeelde gemeenschap zijn relevantie voor het individu verloren heeft. Andere verbeelde gemeenschappen zullen daarentegen zeer sterk de identiteit van een individu bepalen en in zijn zelfbeeld doorwerken lang nadat die specifieke verbeelde gemeenschap zijn relevantie voor het individu heeft verloren. Mijn Koerdisch-Turkse, alevietische achtergrond zal altijd mee mijn identiteit bepalen, zelfs al is Turkije voor mij nu een verre realiteit. Net zoals iemand zich scout kan voelen, zelfs decennia nadat die persoon de scouting heeft verlaten.

De vraag naar wat Vlaming zijn is, is daarom op zich redelijk zinloos. Er bestaan evenveel definities van ‘Vlaming zijn’ als dat er Vlamingen zijn. En als er al zo een eensluidende definitie zou bestaan, zou dat betekenen dat er een soort Vlaams archetype bestaat, getooid met karakteristieken die tijd en ruimte overstijgen. Echter, in tegenstelling tot wat sommigen ons ook willen doen geloven, een identiteit staat niet in graniet gebeiteld. Leden van een verbeelde gemeenschap herinterpreteren in een impliciete, collectieve dialoog voortdurend hun identiteit doorheen wisselende historische en sociale contexten. Een dergelijke dialoog is impliciet omdat de leden elkaar nooit persoonlijk kunnen kennen. Hun mediërende communicatie verloopt via massamedia zoals boeken, kranten, tv, internet, … Bovendien, vreemde elementen aanvaarden, betekent een culturele verrijking voor iedere samenleving. Door die identiteit voortdurend te herinterpreteren en te herdefiniëren, past de gemeenschap zich aan en zorgt zij op die manier voor haar overleven. Een gemeenschap die haar identiteit verabsoluteert daarentegen, is zo goed als ten dode opgeschreven.

Maar mocht u op straffe van de trekker over te halen een pistool tegen mijn hoofd zetten om van mij te eisen één karakteristiek te geven van wat Vlaming zijn is, dan zal antwoorden de taal. Niet omdat het Nederlands een inherent etnisch kenmerk van de Vlaming zou zijn, maar omdat taal de sleutel is waarmee een integratieve verbeelde gemeenschap als Vlaanderen andere (verbeelde) gemeenschappen en de daaraan vasthangende identiteiten in zich kan integreren. Ik ben in Vlaanderen gesocialiseerd en geculturaliseerd. Dankzij de taal begrijp ik het sociale referentiekader en kan de sociale codes waarmee onze gemeenschap zichzelf vorm geeft ontcijferen. Dat maakt dat ik kan deelnemen aan de samenleving, dat ik deel uitmaak van die verbeelde gemeenschap en deze ook zelf mee vorm geef.

De Amerikaanse antropoloog Benedict Anderson stelde in zijn boek ‘Imagined Communities’ terecht dat dankzij taal wij onze gemeenschap verbeelden, en onze identiteit kunnen herinterpreteren en herformuleren waardoor wij in staat zijn ‘het vreemde’ in onze gemeenschap op te nemen en eigen te maken. Daarom ook dat taal zo essentieel is voor inburgering. Wie de taal niet spreekt, kan nooit volwaardig deelnemen aan de gemeenschap. Anderson stelt niet voor niets dat ‘language is not an instrument of exclusion. (…) On the contrary, it is fundamentally inclusive, limited only by the fatality of Babel: no one lives long enough to learn all languages.’

Auteur(s):
Zuhal Demir, Kamerlid

Contactinfo:
Thema('s):
Samenleving & ethische dossiers
Print Share/Bookmark

Facebook